nieuws

We moeten natuur dwingen

Mooi klinkt het niet, we moeten natuur dwingen. Denk ik aan natuur, dan hoop ik dat deze vrij kan zijn van menselijke restricties en dwingelandij. Toch is de realiteit vandaag anders.

Hoe dat komt is verklaarbaar. Natuur is reeds te ver heen en de impact van de geciviliseerde mens is enorm belastend. De biodiversiteit en het milieu staan onder buitensporige druk en vele soorten rest enkel nog een schuilplaats. Denk bijvoorbeeld aan een bosrand of een verwilderd plekje in het stadspark; om naar te vluchten, om er op een veilige plek te overleven. Daar wacht een bedreigde soort af, hopend op een kans om ooit terug volwaardig in het ecosysteem te participeren.

Die mogelijkheid kan alleen maar bestaan wanneer een omgeving geschikt is als habitat, als ze correct is opgebouwd, waardoor ze kansen biedt voor een bepaalde soort. Dat gebeurt in vele gevallen, spijtig genoeg, enkel wanneer de mens daarvoor de juiste omstandigheden creëert. Ligt een soort goed in de markt, dan zijn natuurverenigingen er zorgzaam voor, dan is er hoop. Soorten die minder populair of ongewenst zijn, daarvoor is het moeilijker. Zij manoeuvreren veeleer richting exit natuur. Lees verder.

nieuws

Wat doet eten in de natuur met een mens?

In dit artikel zal ik het hebben over stress, angst, stemming en het effect van een (natuurlijke) omgeving op onze smaak en op ons eetgedrag. Een combinatie van twee thema’s, waar ik me mee bezighoud of bezighield. Zo nam ik tijdens mijn studiejaren, in het kader van mijn thesis, de link tussen emoties en eten onder de loep. Het effect van de (natuurlijke) omgeving op stress, angst en onze stemming is dan weer iets waar ik me heden ten dagen in verdiep.

In het bos krijgt ons brein rust door kalmerende visuele indrukken zoals groentinten en fractale vormen, door kalmerende geluiden zoals getsjielp van vogels of het kabbelen van een beek en door ontspannende geuren zoals het oerparfum geosmine. Kortom, natuur vermindert stress; daarvoor bestaan inmiddels voldoende harde wetenschappelijk bewijzen.

Hieraan kunnen we een interessant stukje neurologie koppelen. Kort samengevat komt het erop neer dat ons autonoom zenuwstelsel (het zenuwstelsel dat je niet zelf kan controleren) bestaat uit twee tegengestelde systemen: het sympatisch en het parasympatisch zenuwstelsel. Bij de detectie van gevaar, zoals vroeger het opduiken van een leeuw, activeren we ons sympatisch zenuwstelsel oftewel onze fight,flight or freeze reactie. Is het gevaar terug gaan liggen, de leeuw is bijvoorbeeld afgedropen, dan activeren we automatisch het parasympatisch zenuwstelsel dat ons in rest en digest modus zet. Het sympatisch en het parasympatisch zenuwstelsel vertegenwoordigen met andere woorden twee tegenovergestelde kanten van een medaille: activeren en kalmeren.

Hieruit volgt dat, wanneer we ons ontspannen in de natuur, we ons parasympatisch zenuwstelsel  stimuleren waardoor we in een soort van rust- en verteertoestand terechtkomen. In deze ontspannen staat kunnen we ons voedsel beter verteren.

Meteen een van de redenen die ons wijst op de logica dat we ons voedsel buiten in de natuur, wanneer we ons in een ontspannen staat bevinden, gemakkelijker kunnen verteren dan is stresserende omgevingen; omgevingen, die onze rest en digest modus verstoren, zoals de stad. We kunnen zelfs nog een stapje verder gaan, zo gaan er stemmen op die beweren dat we ons eten buiten niet alleen gemakkelijker verteren en opnemen, ons eten zou in een rustgevende natuurlijke context ook beter smaken. Bovendien zou ons eetgedrag er anders zijn. Benieuwd naar meer lees dan via deze link verder.

nieuws

De kerstboom, natuur in huis

Bomen spelen een belangrijke rol in de vormgeving van de openbare ruimte. Ze zijn sfeerbepalend en dragen in sterke mate bij aan de herkenbaarheid, de vorm en het karakter van plekken, routes en landschappen. Verder zorgen bomen ervoor dat grote lege ruimtes een vriendelijkere en warme uitstraling krijgen.

De checklist bomen in projecten; Gemeente Enschede

Nee, niet Enschede, maar onze hoofdstad Brussel heeft een nieuwe boom. Geen gewone, maar een kerstboom. Een prachtig exemplaar van wel 18m hoog siert, tot 6 januari, de Grote Markt. Dat groen een ruimte maakt of kraakt is in deze een understatement. Dit voelt aan als wintergroene natuur; een huizenhoge kerstboom, die COVID-19 verzacht.

Dat de aanwezigheid van zo’n boom anders aanvoelt hoeft na maanden van strijd met het Coronavirus, waarbij natuur een trouwe bondgenoot bleek, echt niet meer te worden uitgelegd. Nu loofbomen hun blad verliezen verlangen we van een kerstboom dat hij een trouwe vriend of kamergenoot wordt. We verwachten van hem geen babbel, wel dat hij zorgt voor gezelligheid, hoop en sfeer.

Eerlijk, aangekleed met lichtjes en gekroond met een ster, straalt de kerstboom. Zo’n boom is een lichtend baken in de duisternis, voor mij zelfs binnen sociale inclusie. Toch krijg je bij de kerstboom een dubbel gevoel als natuurliefhebber. Al dan niet een (echte) kerstboom in huis of niet; het blijft een moeilijke keuze. Lees verder.

nieuws

Therapeutische bossen: is elk bos even goed voor onze gezondheid?

Is elk bos even geschikt voor Shinrin-Yoku, bosbaden of een andere vorm van natuurtherapie? Dat is de centrale vraag van dit artikel.

Bosbaden of shinrin-yoku is aan een opmars bezig. Deze hype komt overgewaaid uit Japan en verovert de laatste jaren ook onze contreien.

De vraag die ik me hierbij stel is of we iets, wat in Japanse bossen gunstig blijkt te zijn voor onze gezondheid, zomaar klakkeloos kunnen kopiëren naar onze Europese bossen. Is elk bos wel even helend? Heeft bosbaden in elk soort bos een even gunstig effect? Zijn alle bossen even geschikt om door te gaan als therapeutische bossen? Kortom, maakt het uit in welk bos je aan bosbaden doet? Volgens mij wel.

Natuurverenigingen, natuurcoaches… lijken er meestal van uit te gaan dat alle bossen even positief zijn voor onze gezondheid, dat alle bossen therapeutische bossen zijn. Ikzelf heb hierover een ander gedacht. Volgens mij is niet elk bos goed of even goed voor ons welzijn. Waarom? Wat zijn de argumenten? Vinden we hierover iets terug in de (wetenschappelijke) literatuur? Benieuwd naar het antwoord op deze vragen? Lees dan hier verder.

nieuws

klimaattuinen & klimaatproof tuinontwerp

de tuinen als oplossing voor het klimaat; bij deze een oproep voor één groot bijenlandschap
tuinen als bijenlandschap?

Tuinen onvoorwaardelijk inrichten als pure natuur; die boodschap vangen we hoe langer hoe vaker op. Alle privé-tuinen samen zouden één enorme lap aan bruikbare ruimte kunnen vormen. Toegegeven, dat klinkt velen als muziek in de oren. Op het eerste zicht lijkt dat alleszins een grandioos idee. Nee?

Laat ons van tuinen ‘opnieuw’ natuur maken. De klimaattuin als nieuwe natuur.

Wie vooruit denkt ziet de noodzaak van een sterk netwerk van klimaattuinen die deel uitmaken van een gezondere natuur, een natuur die tal van belangrijke ecosysteemdiensten levert. Voorbeelden daarvan zijn een tuin als onderdeel van een bijenlandschap, een rivierenlandschap, een ecologische parktuin of een netwerk van milieutuinen. Tuinen opnieuw als échte natuur inrichten, zo wordt gesteld, is immers een nood en geen deugd.

Lees verder

nieuws

De wetenschap van wandelen

Tegenwoordig leiden velen onder ons een sedentair leven. We zitten ’s morgens aan tafel, zitten in de auto op weg naar het werk, zitten achter onze bureau, zitten in de zetel voor de televisie… Ook ik zondig hiertegen. Op dit eigenste moment zit ik trouwens in mijn zetel om dit artikel te typen. Nochtans weet ik maar al te goed dat ik hier als mens niet voor ben gemaakt. Wij mensen hebben nog altijd de lichaamsbouw van onze voorouders. Dat waren jager-verzamelaars die, in plaats van uren per dag op hun luie kont te zitten, vele kilometers al lopend doorbrachten.

Met andere woorden ons lichaam is er niet op voorzien om zo veel tijd zittend te spenderen. Lopen, of beter gezegd wandelen, blijkt veel gezonder voor de mens. ‘Stilzitten is het nieuwe roken’ duikt als stelling steeds vaker op. Hiermee willen we niet meer dan aangeven hoe ongezond onze sedentaire levensstijl wel niet is. Dat te veel zitten slecht is, daar zijn we het ondertussen met z’n allen over eens. Nu nog overtuigd geraken van het feit dat bewegen goed voor ons is.
Wat kan wandelen betekenen voor onze gezondheid? Wat doet het men ons lichaam, ons brein, onze psyche? Is er bijvoorbeeld een extra voordeel te behalen wanneer we wandelen in een natuurlijke context? Een mooie synthese van vele antwoorden op deze en nog vele andere vragen vinden we in het boek Te voet. Hoe twee benen de mens verder brengen van hoogleraar experimenteel breinonderzoek en fervent wandelaar Shane O’Mara. Dit boek beschrijft de voordelen van wandelen aan de hand van recent wetenschappelijk (hersen)onderzoek. Een must read voor iedereen die van wandelen houdt. Wist je bijvoorbeeld dat wandelen ons geheugen en onze creativeit kan verbeteren, dat door wandelen het volume van bepaalde hersengebieden en de productie van belangrijke (mest)stoffen in ons brein kan toenemen en dat wandelen een invloed heeft op onze persoonlijkheid en onze stemming? Interessant toch?

Benieuwd naar het vervolg? Lees dan hier verder

nieuws

klimaatdebat: ‘Return to Eden’

Bekijk de spraakmakende documentaire ‘Return to Eden’ van Marijn Poels.

In dit derde deel uit een trilogie bekijkt hij kritisch de verhoudingen tussen de kracht die komt vanuit natuur zelf en de menselijke drang die kracht te beheersen. De focus ligt daarbij op klimaatverandering ten gevolge of onder invloed van landbeheer & landbouw. De wijze waarop wij met onze omgeving omgaan, en in het verleden omgingen, lijkt zo meer dan louter een belangrijk stuk bij het leggen van de puzzel van het klimaathoofdstuk.

Deze documentaire is een aanrader voor al wie kritisch blijft rond het oorzakelijk verband dat vandaag vooral de schuld legt bij het individu en CO2 als voornaamste boosdoener naar voor schuift. Voor wie beseft dat men daarbij al te gemakkelijk een manier zoekt om de economie en het groot kapitaal te ontzien, en dat er daardoor maar al te vaak onvolledig wordt gerapporteerd, is dit een must-see!

nieuws

We zijn geen gekooide dieren, geef ons natuur!

Een vriend belde me op. Of ik ‘Ruimte is géén luxegoed’ DS 24.09 gezien had. Nee, dat had ik niet, maar nu was mijn interesse wel gewekt.

Ik zocht de krant van de desbetreffende donderdag in onze krantenmand en las met volle aandacht. In ‘ruimte is geen luxegoed’ steekt Tom Dumez, een stadsgeograaf uit het Antwerpse, een pleidooi af voor de stad en maakt hij zich druk om een artikel dat gaat over het verlangen naar meer groene ruimte en een reportage over tuinen uit de weekendeditie DS 19 september. Deze ruimtelijk planner zegt het geheel te beschouwen als een ongenuanceerd verhaal dat veel te veel contra stad is en mensen aanmoedigt ruimte in te nemen met een privétuin. Ik gaf eerder in een weekendartikel ‘geef ons de ruimte’, waarop Tom Dumez alludeert, mijn mening over het waarom mensen verlangen naar meer natuur en wees op belangrijke tekortkomingen van een stad, zeker nu in coronatijden. Die mening blijf ik toegedaan. Het wegvallen van het sociaal weefsel leidt in een stedelijke context momenteel tot sociaal isolement. Natuur die daar een tegenwicht kan bieden is er te weinig. Kortom, de leefbaarheid van de stad wordt gehypothekeerd.

Lees verder.


nieuws

Geosmine: een bacterieel, kalmerend, oerparfum

Ergens las ik over de aangename en tegelijkertijd kalmerende geur van het wonderbaarlijke molecuul, het vluchtig alcohol, geosmine. Meteen was mijn aandacht getrokken. Een van de geneugten, die kenmerkend is voor buitenactiviteiten zoals tuinieren of wandelen in de natuur, is het opsnuiven van hele specifieke aroma’s. Geuren die je nergens anders tegenkomt. Ik heb het dan bijvoorbeeld over de verfrissende, zoete, prikkelende en aardse geur die je neus oppikt in een tuin, een park of het bos, na een fikse regenbui of een onweer.

De tuin, het park of het bos ruiken na regen anders; het ruikt er meer naar ‘aarde’. Vooral als de grond voor de regenbui heel droog was, is dit specifieke aroma alomtegenwoordig. Deze geur vind je niet terug na een onweer of buitje in een omgeving die bestaat uit enkel staal, glas en beton; die grond is immers dood. Het is uitsluitend een geur die bij de natuur hoort.  

Wetenschappers en parfumeurs zijn al heel lang geïnteresseerd in deze typische aardse geur. Het hemelse aroma werd voor het eerst beschreven door de Fransen. Zij ontdekten voor het eerst het bestaan van een karakteristieke geur die volgt nadat er regen op de aarde valt op kleibodems. Vandaar dat ze ervan uitgingen dat de geur enkel en alleen voorkwam op kleibodems en vandaar ook dat hij werd omschreven als een soort van kleigeur. Dit bleek later echter onjuist. 

In 1964 stelden twee Australische onderzoekers, Isabel Joy Bear en Richard Thomas, namelijk vast dat de geur niet exclusief was voorbehouden voor kleibodems maar dat hij terug te vinden was op eender welke gezonde grond. Bear en Thomas gaven de geur meteen zijn eigen naam: petrichor. Hierbij wordt petra, het Griekse woord voor steen, gecombineerd met ichor, wat verwijst naar het gouden bloed dat de oude Griekse goden onsterfelijk maakte.

Maakt petrichor ons echt onsterfelijk? Misschien. Er is in ieder geval een gunstige bodembacterie mee verantwoordelijk voor het aroma. Toch bestaat petrichor niet uit één component of één bestanddeel. Het is eerder een melange van allerlei stoffen afkomstig van planten met als hoofdingrediënt geosmine, een wonderbaarlijk molecuul waarover we het hieronder zullen hebben. Want waarom ruikt een bos zo lekker na een zomerse regenbui? Welke elementen liggen aan de basis van petrichor? Wel, verschillende zaken kunnen hiervoor verantwoordelijk worden gesteld. Zowel planten, bacteriën als bliksem dragen waarschijnlijk bij aan de aangename geur van frisse, schone lucht en natte aarde die we ruiken na een onweersbui.

Benieuwd naar de rol van bacteriën, droogte, bliksem en de link met kamelen ? Lees dan hier verder.


nieuws

Boodschap aan de roker.

Wat kan ik me ongelooflijk druk maken in ‘viespeuken’.
Je kent ze wel. Sigaretje opsteken net voor de trein toekomt. Snel een teug of 3 en vervolgens sterft de sigaret, in het beste geval, met een kordate draaibeweging onder de zool van een schoen. Je hebt er ook die getraind zijn en met een soort handige ‘piets’-beweging het staafje vanachter het stuur door de lucht katapulteren zonder erbij na te denken. Telkens draait mijn maag. Telkens opnieuw maak ik me druk. Ik zit ondertussen in de fase dat ik mensen aanspreek op hun gedrag.

“Sommige vinden het mijn zaak niet. Wel, dat is het wel.”


Beleefd vraag ik dan om de peuk in de vuilbak te gooien. Vaak staat die bovendien vlak achter hen op het perron. Onvoorstelbaar eigenlijk. Het ergste vind ik om te merken dat die mensen niet eens meer stilstaan bij het ritueel dat ze dagelijkse herhaaldelijke keren uitvoeren. Het is een gewoonte. Ze schrikken, je ziet ze denken, soms rood worden, rapen gegeneerd hun peuk op… sommige vinden het mijn zaak niet. Wel, dat is het wel.

Iemand moet die troep opruimen. Iemand. In hoofdzaak de natuur. Wij dus allemaal. Afhankelijk van de hoeveelheid bacteriën, schimmels en zuurstof neemt dat zo’n 2 tot 12 jaar tijd in beslag. Om te zwijgen over die filters, dat is plastic, dat vergaat niet.

Als je niet stopt met roken, stop dan op zijn minst om die vieze peuken in het rond te strooien.
Een kleine moeite, toch?