klimaattuin versus tuinnatuur

Volgens velen is het geen al te moeilijke oefening om van een tuin natuur of een klimaattuin te maken. Verschillende natuur- en vakorganisaties claimen zelfs al te weten hoe een tuin er als ‘ware natuur’ behoort uit te zien. Ze beweren ons te kunnen vertellen hoe dat best kan worden aangepakt en wat daarvan de voordelen zijn.

Beeld de uit eigen klimaattuin; een eiland in een zee van siertuinen.

Wilde natuur? Cultuurnatuur? Gezonde natuur?

Pro of contra mens

Een eerste vraag, wanneer het gaat over een tuin die natuur wordt, zou kunnen zijn of we een keuze maken pro of contra de mens. Natuur zonder de mens lijkt ons vandaag haast wenselijk. Kijken we even rond dan begrijpen we onmiddellijk dat de gemiddelde mens momenteel een groot probleem, volgens sommigen zelfs een bedreiging, voor andere soorten vormt. Daarbij komt het feit dat diezelfde mens ruimte opeist. Tuinen zijn daarbij des mensen, wat het moeilijk maakt. Biodiversiteit, het klimaat, het milieu staan in onze samenleving tot op vandaag niet op nummer één. Ons denken blijft voorlopig erg mensgericht. Hebben we het over ecosysteemdiensten dan gaat dat, volgens wikipedia, over voordelen die natuur ons, mensen, biedt. Dat zou, eng bekeken, kunnen leiden tot de veronderstelling dat we gedoemd zijn te mislukken wanneer we van de tuin natuur willen maken. Zeker zolang we ons denken niet veranderen en starten met meer respect te tonen voor de natuur uit onze omgeving. Toch is het niet zo eenvoudig of zwart-wit.

Het grootste deel van de huidige natuur, zelfs deze die we als ‘wild ‘omschrijven, is immers doorgaans door de mens beheerde natuur. Natuur is overigens ook een synoniem voor: groen cultuurlandschap met vaak intrinsieke waarde, een bos waarin het leuk wandelen is, een tuin met voldoende groen .

Een vorige keer, rond de jaren zeventig – denk bijvoorbeeld aan de Club van Rome – kwam men reeds tot het inzicht dat we op weg waren naar een clash, een botsing tussen de mens en zijn omgeving. Dat onze natuurlijk omgeving de druk van de maatschappij niet langer aankan valt moeilijk te ontkennen. Hoewel we dat aan den lijve ondervinden en er nu, ongeveer 50 jaar later, meer kennis is rond dit onderwerp blijven de meningen en verwachtingen rond mogelijke oplossingen nog steeds hopeloos verdeeld. De ene wil de klemtoon op klimaat, de andere op biodiversiteit, een derde op de mens, een vierde op CO2… Allemaal zeer goede intenties, dat wel. De uitdaging is het weten te verzoenen van al deze klemtonen. Dat lukte ons in het verleden. Denk maar aan de omgeving die kapitein George Vancouver in een brief beschreef als paradijselijke natuur, het was cultuurlandschap beheerd door indianen. Waarom zou het ons nu dan niet meer lukken? Stof om over na te denken. Laat ons daar even bij stilstaan.

Stikte regels, probleem nummer 1

Hier wringt een schoentje. Wanneer men doelstellingen wenst te verankeren in een regelgeving, dat zijn wetten, en men vergeet het ruimere waarom, dan wordt het goede doel een groot probleem. Vertrek bijvoorbeeld van het SMART-principe, waarbij S=specifiek. Het feit dat er geen eenduidige doelstelling is en er dus geen specifiek doel is hypothekeert dan de werking van het principe. In de realiteit wordt een doel gezocht, er is dus wel een S, maar dat doel gaat aan het hogere doel – dat niet omschreven kan worden – voorbij. De S in de SMART-benadering houdt dus veel gevaren in. Natuur is een complex iets, laat dat even doordringen a.u.b. We hoeven ons niet af te vragen of een verkeerde methode problemen geeft, dat weten we gewoon. Regels die strikte doelen dienen, en voorbijgaan aan een intentie die veranderlijk is en dynamisch moet kunnen zijn, hebben al te vaak het omgekeerde effect.

Wat wel resultaat oplevert is een meer intuïtieve en individuele aanpak, wat wel werkt is meewerken aan een omgeving vanuit bezieling en overtuiging. Het volstaat om mensen, met vakkennis, praktijkervaring en een flinke dosis liefde voor natuur, te betrekken bij de inrichting van het lappendeken van tuinen. Of het dan gaat over klimaattuinen, een bijenlandschap of natuurtuinen boeit dan niet. Mensen die dicht bij natuur staan beantwoorden wanneer ze samenwerken, als vanzelf, met wat ze aanvoelen, aan de vraag naar meer natuur. Zij kunnen individuele tuinbezitters kennis aanreiken en tuin per tuin resultaat boeken wanneer ze leren loslaten dat ze de waarheid in pacht hebben. Loslaten betekent elke tuin een uniek groen eiland met specifieke voordelen laten zijn. Laat de eigenaar zijn stempel drukken. Diversiteit is de sleutel. Zo wordt elke tuin waarin natuur voldoende wordt gerespecteerd een stukje stof dat automatisch deel gaat uitmaken van een lappendeken, waarbij dat lappendeken niet enkel natuurlijk oogt of natuurdiensten faciliteert maar zelfs natuur ademt omdat het een symbiotisch systeem van diversiteit en functies wordt.

Aanpak van onderuit

De laatste jaren zien we geïnformeerde particulieren steeds meer inzetten op de thema’s die echt belangrijk zijn. Daarin zijn ze niet alleen. Gesterkt door een leger aan specialisten: experten uit natuurorganisaties, enthousiaste tuinaannemers en hoger opgeleide groenontwerpers, voeren ze niet langer individueel de eenzame strijd voor meer natuur. Meer natuur werd een gemeenschappelijk verhaal, en in dat opzicht ook een symbiotisch concept. Het resultaat is een mooi voorbeeld van wat echt werkt en realistisch is. Ok, nog lang niet iedereen is mee, maar het kind kruipt niet meer, het kan al lopen. De jongste jaren zagen we de tuinen duidelijk vergroenen en opnieuw kleuren. Dat betekent meer bomen, meer bloemen, meer soorten. En wat met de water- en pesticidentoets, wel ook daarmee wordt steeds meer rekening gehouden. De tuinen van vandaag zijn letterlijk een stuk natuurlijker & gezonder dan deze van gisteren.

Zulke tuinen, die vakkundig en met respect voor natuur worden aangelegd, dragen trouwens, naast zorg voor de mens en zijn gezondheid, zorg voor andere soorten. In tuinen gaat het lang niet enkel over milieu en klimaat, het gaat om leven, kansen, ontwikkelingen en overleven. Meer beestjes, meer plantensoorten, meer micro-organismen… kortom meer van alles wat de natuur spontaan aanbiedt en rijk maakt. Dat de ingrediënten, die synoniem staan voor een meer menselijke omgeving, daar deel van uitmaken is mooi meegenomen. Het is duidelijk; één voor allen, allen voor één. Je kent wellicht acties zoals de tegeltuinen van Velt, de geveltuinen van het Gents milieufront of de campagne ‘tover je tuin tot leven’ van Natuurpunt. Maar wist je bijvoorbeeld ook dat de tuinsector campagne voert, zoals een VLAM-campagne, voor een klimaatproof tuinontwerp of dat er een Green Deal Natuurlijke Tuinen bestaat?

Gevaar schuilt in een klein hoekje

Dat dit een positieve evolutie is kan niemand ontkennen. Maar wat met mogelijke struikelblokken en valkuilen zoals de strikte regelgeving? We hadden het al over wat er gebeurt wanneer de intentie het doel voorbij holt. Zelfs de aanpak van onderuit houdt gevaren in. Meer natuur in tuinen mag absoluut niet betekenen dat we minder gezonde natuur krijgen buiten die tuin. Zolang we denken in oppervlakte en quota blijft dat een reëel gevaar. Meer klimaattuinen mag niet inhouden dat er minder klimaatbos of minder kwalitatief natuurgebied komt. Het is overduidelijk een ‘en’ verhaal.

Wie Peter Wohlleben’s bosboek ‘de geheime band tussen mens en natuur’ las en de nodige verbanden weet te leggen zal misschien beter begrijpen wat met die valkuilen wordt bedoeld. Toegegeven, bij sommige passages valt een kleine kanttekening te plaatsen, maar dit boek is absoluut een aanrader. Peter praat bijvoorbeeld over het bos alsof hij praat over een vriend of over familie. Hij vermenselijkt daarbij de bomen, maar dat is verre van storend, wat hij zegt komt recht uit het hart. Zelfs een die-hard natuurliefhebber, eentje die alles wat enigszins met natuur te maken heeft wil weten en absorbeert, knijpt dan een oogje dicht.

Wat dit met tuinen en bovenal de toekomst van de tuin of de klimaattuin te maken heeft, valt voor wie het boek niet las te verduidelijken. Bijkomend duiken we Knack in. Meer bepaald de 50ste jaargang, pagina 8 tot 14, onder de rubriek ‘Het Gesprek’. Het betreft een interview over het zakboekje voor de klimaattuin; het thema is: de tuin, de mens en het klimaat. Dit boek, van landschapsarchitect Marc Verachtert en tuinaannemer Bart Verelst, breekt een lans voor klimaattuinen. Het verhaalt over het belang bij de invulling van tuinen met: meer bomen, planten, meer natuurlijke weelde en ecologie. Een nobel doel en een mooie boodschap. Daarnaast wordt in ‘Het Gesprek’ verwezen naar een kennistest – lees enquête – van ‘Onze Natuur’. Onze Natuur is een project van Hotel Hungaria, het productiehuis van Dagelijkse Kost. Wel, uit de enquete van Onze Natuur zou blijken dat amper de helft van de Belgen de tuin als natuur beschouwt. En Bart Verelst, hij maakt in ‘Het Gesprek’, en dat is niet onbelangrijk, een bruggetje met de uitspraak dat 10% van de Vlaamse oppervlakte bestaat uit tuinen.

Als we de resultaten uit de enquête van Onze Natuur mogen geloven dan beschouwt circa 50% van de bevraagden de tuin als natuur. Dat dit heel veel mensen zijn, zo kunnen we het ook zien. Ongeveer één op twee mensen denkt bij een tuin dus aan natuur; we staan er goed voor. En 10% van de Vlaamse oppervlakte bestaat uit tuinen? Dat betekent gemiddeld 204 m² tuin per inwoner van Vlaanderen, ook dat is hoopgevend. Voor een gezin, twee volwassen en twee kinderen, komt dat neer op 816 m² tuin. Lijkt me veel, maar soit. Wellicht horen daar ook de grotere ecologische tuinen van the happy few in landbouwgebied bij.

Dat gezegd zijnde. Terug naar Peter Wohlleben en het verband met de klimaattuin. De bekende Duitse boswachter spreekt, in zijn beste boek ooit, over de verdringing van soorten. Ja, verdringing en niet uit het bos, wel naar het bos. Planten en dieren die onder normale omstandigheden in grasland of halfopen landschap leven trekken massaal het bos in. Ze zoeken er een veilig onderkomen. Dat gebeurt volgens Peter omdat hun eigen natuurlijke leefomgeving nauwelijks nog bestaat. Overleven zou je het kunnen noemen, maar wel mits een constante strijd om levensruimte tussen grasland- en bosbewoners. Hoor je me al komen? Hoe vertaalt zoiets zich nu naar de tuin, wanneer we de tuin als toevluchtsoord van soorten gaan zien?

Afhankelijk van tuinen

Willen we met andere woorden wel dat een belangrijk deel van onze natuur straks afhankelijk is van onze tuin en kunnen we de gevolgen daarvan deftig inschatten? We weten ondertussen dat vooral preadaptieve soorten, zoals bijvoorbeeld slechtvalken, gierzwaluwen, vleermuizen, vossen, mieren, vlinderstruiken, hemelbomen, platanen en wild gras, het in onze – door de mens ontworpen – buurt, het stedelijk weefsel, beter doen. We weten ook dat vele soorten daardoor psychisch, fysiek en sociaal veranderen. Een verzwakking tegenover de originele staat van de soort kunnen we dat niet noemen. Het is een aanpassing aan een andere omgeving. Een omgeving die niet strook met de originele. Op langere termijn kan zo’n verstoring zelfs leiden tot een sterfte. Waarom? Omdat we in cultuurlandschap nu eenmaal gekke dingen doen, zoals het maaien van bloemenweides op verkeerde momenten waardoor hele populaties insecten worden uitgemoord. Zelfs het overschakelen van halogeen op led verlichting heeft zo zijn gevolgen. Laat ons er daarom vooral over waken dat het compromis dat we willen maken, natuur compenseren, geen grotere nadelen dan voordelen heeft. Echte wilde natuur is kwetsbaar.

Wilde natuur en de tuin gaan overigens minder goed samen. Dat is logisch, want de mens hoort nu eenmaal niet in elke vorm van oorspronkelijke natuur thuis. Hij zorgt bijvoorbeeld voor temperatuurinversie, is een lichtvervuiler en het stedelijk weefsel dat hij creëerde is voor natuur een echte snelkookpan. Vele wezens op onze planeet kunnen de snelle veranderingen niet aan, zijn afgestemd op een heel andere omgeving… ze hebben daardoor last van ons. Los van dat feit blijft het inrichten van een tuin op een manier dat deze tuin de biodiversiteit ondersteunt uiteraard een aanrader. Wat we hier doen is het initiëren van een nieuw soort waardevolle buurtnatuur, een nieuwe natuur. Die kan waarde hebben als klimaattuin, absoluut. Hierbij verliezen we best wel niet uit het oog dat een tuin de mens met de natuur weet te verbinden. De talrijke voordelen die mensen genieten, wanneer ze met de juiste natuur in contact komen en de talrijke voordelen die andere soorten hebben wanneer de mens een omgeving inricht met respect voor natuur, zijn immers niet te onderschatten. Daarvoor is een tuin, die ingericht is naar de menselijke behoeften en laagdrempelig is voor wie daar nood aan heeft, een ideale plek. Mijn mening; een dikke duim voor de klimaattuin, maar mits respect voor de mens. Denk daar gerust eens even heel goed over na.