Auteur: Sara Adriaensen

nieuws

Tuinieren en eetstoornissen; kan tuintherapie psychologische en fysiologische stress verminderen bij patiënten met anorexia nervosa?

Vorige week was het 28 maart, de sterfdag van mijn zusje. Dit is altijd een emotioneel gebeuren, een moment van pijn, verdriet en trauma’s die getriggerd worden. Op die dag denk ik nog meer dan anders: “Wat had ik kunnen doen om dit te voorkomen? Wat kunnen we in het algemeen doen om mensen met een eetstoornis te helpen?” Vandaar dat ik afgelopen zaterdag weer eens ging grasduinen in artikels over eetstoornissen en natuur, en zo vond ik een heel interessante studie over tuintherapie en anorexia nervosa die ik graag met jullie wil delen. Het gaat om een onderzoek van Curzio et al. uit 2022.

Dit artikel is voor Liesbet en voor alle andere mensen die worstelen met een eetstoornis, voor hun familie, vrienden en verzorgers, opdat hen de pijn bespaard blijft die Liesbet en mijn familie moesten meemaken. Anorexia blijft immers de psychiatrische aandoening met het hoogste sterftecijfer. Alles wat deze mensen kan helpen, is dus goud waard!

Tuintherapie en, meer algemeen, natuurtherapie worden hoe langer hoe meer gezien als complementaire behandelingen die steeds vaker worden toegepast bij psychiatrische aandoeningen. Studies bij psychiatrische populaties hebben namelijk een positief effect gevonden van tuin- en natuurtherapie op bijvoorbeeld de vermindering van stress (een positief effect op biologische parameters die samenhangen met stress, zoals cortisol en hartslagvariabiliteit) en het verbeteren van het welbevinden (een positief effect op de subjectieve beleving). Volgens de onderzoekers uit het artikel waarover ik zal vertellen, bestonden er echter nog amper studies bij patiënten met anorexia nervosa (restrictieve type).

Natuur- of tuintherapie zou voordelen kunnen bieden voor cliënten of patiënten met anorexia nervosa, omdat cliënten of patiënten door het kweken van planten bijvoorbeeld leren om zorg te dragen voor andere vormen van leven, ze leren wachttijden te verdragen die niet altijd voorspelbaar zijn, ze leren om te gaan met de imperfectie van de spontane groei in de natuur, ze leren om controle los te laten en ze worden blootgesteld aan plantengeuren die de selectie van voedsel zouden kunnen beïnvloeden. De groeiritmes van gewassen vereisen bijvoorbeeld geduld, wachten en tolerantie en liggen buiten de controle van de cliënt of patiënt. Daarom kan de tuinsetting een goede context zijn voor de ontwikkeling en het herstel van emotionele attitudes die problematisch zijn door de ziekte.

Het hoofddoel van de pilootstudie van Curzio et al. was om de impact te evalueren van de toevoeging van tuintherapie aan de conventionele klinische behandeling van anorexia nervosa. Kon tuintherapie bij deze doelgroep zorgen voor minder psychologische en fysiologische stress? Waren er nog andere effecten en waarom werd er zoveel aandacht besteed aan het olfactorisch systeem in deze studie? Aansluitend hierop: welke tuintherapeutische activiteiten zou je – vertrekkende van deze studie – zoal kunnen doen bij patiënten of cliënten met anorexia nervosa? Kom het te weten via deze link

nieuws

Rouw en natuur: hoe tuinieren steun kan bieden bij verlieservaringen

Het serretje (getekend door mijn papa) waar mijn papa dagelijks het gedenkplekje van mijn zus ging bezoeken.

Mijn allerliefste papa is enkele weken geleden totaal onverwacht overleden. De ene dag zwaait hij mij nog goedgezind gedag als ik op mijn fiets stap, de volgende dag ligt hij in coma om nooit meer wakker te worden. “Hij is aan zijn eeuwigdurende winterslaap begonnen”, zei mijn mama.

Mijn wereld staat op zijn kop en ongetwijfeld ook die van mijn mama. Zij en ik werken nu soms zij aan zij in de tuin. Omdat het moet – met de intocht van de lente begint nu eenmaal alles te groeien en bloeien – maar ook omdat het kan en mag en omdat het ons beiden goed doet. Tuinieren brengt ons dichter bij papa, die net als wij dagelijks in de tuin bezig was. Het biedt troost en hoop, het geeft onze vermoeide geesten wat energie en tegelijkertijd rust. Want iemand verliezen die zo dicht bij je staat, die je veiligheid en geborgenheid bood, brengt de nodige stress met zich mee. Kortom, mama en ik ervaren hoe het vertoeven in de natuur, en zeker ook het werken in de tuin, kan helpen bij rouw.

Dat ondervind ik trouwens niet alleen nu; dat ondervond ik net zo goed enkele jaren geleden, toen mijn zus overleed. Voor mij, mama en papa was de natuur, en de tuin in het bijzonder, toen al een troostplek bij uitstek.

Mama herinnert zich bijvoorbeeld nog goed hoe papa elke dag naar het serretje achteraan in de tuin liep, naar het gedenkplekje van mijn zus. En hoe zij en hij nog meer dan ooit tevoren in hun tuin te vinden waren. Het hielp hen om de dagen door te komen, om hun lichaam op te laden en te laten ontspannen, en om dichter bij elkaar en bij mijn zus te zijn.

Maar wat is rouw precies, en wat kan tuinieren of de natuur concreet betekenen voor iemand die rouwt? Rouwt om het verlies van een partner, een kind, een vriend of vriendin, een familielid, een huisdier, een job, een relatie, kinderen die het huis verlaten, of een stukje van jezelf waarvan je afscheid moet nemen omwille van ziekte… Want je ziet het: op een gegeven moment in ons leven krijgt bijna ieder van ons te maken met een of andere vorm van rouw. Het is een universeel en onvermijdelijk onderdeel van het leven. Dat wil zeggen dat, op een bepaald moment in ons bestaan, voor bijna ieder van ons een tuin of stuk natuur extra betekenis kan krijgen.

Waarom? Benieuwd naar het antwoord? Lees dan hier verder. 

nieuws

Natuur als pleister voor de ziel. Les vier: tuinieren als tegenwicht voor sociale druk en de blik van de Ander

Claude Monet “Woman in the Garden” (1867), bron Wikimedia Commons

In onze samenleving raken steeds meer mensen psychisch overbelast. Jong en oud, in alle lagen van de bevolking. De klachten zijn herkenbaar: stress, angst, burn-out, depressie, piekergedachten, gevoel van leegte, vervreemding…

Steeds meer mensen ervaren dus druk. Soms komt die druk van binnenuit: eindeloze gedachten, zelfkritiek, angst, verdriet. Maar vaak komt hij ook van buitenaf – of beter gezegd: van hoe we denken dat anderen naar ons kijken. We zijn voortdurend bezig met hoe we overkomen, wat er van ons verwacht wordt, of we wel voldoen. We zijn als mens van nature een sociaal wezen dat zich altijd al vergelijkt met anderen en voor een groot stuk leeft in en door het oog van de ander, maar social media hebben dit nog versterkt, wat absoluut geen goede zaak is.

We proberen alsmaar beter, sterker, slimmer, aantrekkelijker, succesvoller of nuttiger te zijn – niet per se omdat we dat zelf zo belangrijk vinden, maar omdat we denken dat het móet.

Vaak denken we dus dat psychische klachten vooral “van binnenuit” komen, vanuit de persoon zelf. Maar wie wat dieper kijkt, ziet dat ze ook veelal voortkomen uit een bredere context: sociale druk, prestatiedwang, en een voortdurende gerichtheid op hoe we overkomen op anderen.

Veel mensen leven niet alleen meer met zichzelf, maar met een voortdurend bewustzijn van de (kritische) blik van de Ander. Er is een subtiele maar constante spanning: doe ik het wel goed? Vinden ze me slim, sterk, sociaal, succesvol genoeg? Wat als ik tekortschiet? Wat als ik faal?

Die druk van de sociale blik is vaak onzichtbaar, maar o zo krachtig. Deze mentale druk nestelt zich langzaam in je dagelijks leven. Het beïnvloedt hoe je werkt, leert, spreekt, beweegt – zelfs hoe je je voelt. Wie langdurig leeft met die spanning van die onzichtbare constante blik van die Ander, kan het contact met zichzelf kwijtraken. Je leeft steeds meer in je hoofd, in het denken over jezelf, in het piekeren over hoe je overkomt. Je raakt verwijderd van het directe, eenvoudige bestaan. Dingen voelen zwaar, ongrijpbaar, en vaak ook uitzichtloos. Je gaat jezelf hoe langer hoe meer bekijken alsof je een buitenstaander bent. Je geraakt verwijderd van je eigen ervaring.

In psychische zin is dat een vorm van vervreemding. Niet alleen van anderen, maar ook van jezelf. Het leven speelt zich dan vooral af in je hoofd – tussen gedachten, zorgen, zelfbeoordelingen – en voelt vaak als ‘vastzitten’. Vast in overtuigingen, emoties, verwachtingen.

Tuinieren kan je helpen om te leren: het is genoeg om gewoon te zijn. De natuur herinnert ons er namelijk aan dat we niet hoeven te bloeien voor een ander. We bloeien omdat het in ons zit.

Benieuwd naar waarom en hoe tuinieren een antidoot kan zijn tegen sociale druk en de oordelende blik van de Ander? Benieuwd naar een verhaal van Voltaire dat dit mooi illustreert? Benieuwd naar een oefening en reflectievragen om “vrij te zijn zonder publiek”? Lees dan hier verder.

nieuws

Het belang van psychische toegankelijkheid voor een helende of therapeutische omgeving

Wat is psychische toegankelijkheid, wat zijn de voordelen, hoe kan je het toepassen en hoe kan je zien of jouw tuin al dan niet psychisch toegankelijk is en dus bijdraagt aan een therapeutisch of helende omgeving?

John William Waterhouse “Psyche Opening the Golden Box”, 1904, bron Wikimedia

Een goed ontworpen en ingerichte ruimte is cruciaal om van de gezondheidseffecten van een omgeving te kunnen genieten. Slecht design wordt bijvoorbeeld gelinkt aan angst, delirium, verhoogde bloeddruk, meer nood aan pijnstillers en een langer verblijf in een ziekenhuis na een operatie.

Bij het ontwerpen en inrichten van ruimtes met het oog op ons welzijn gaat veel aandacht terecht naar fysieke toegankelijkheid. Denk hierbij aan aangepaste ingangen, verharde paden en toegankelijke voorzieningen.

Terecht, want fysieke toegankelijkheid is enorm belangrijk. Neem nu tuintherapie; als de cliënt niet in de tuin geraakt of deel kan nemen aan de details van het tuintherapeutisch gebeuren, omdat hij er letterlijk geen toegang toe heeft, dan verminderen de voordelen van de tuintherapie aanzienlijk.

Je ziet het, fysieke toegankelijkheid is cruciaal bij het inrichten van een helende of therapeutische omgeving.

Echter, naast fysieke toegankelijkheid, bestaat er nog een andere vorm van toegankelijkheid die vaak over het hoofd wordt gezien en waar ik, vanuit de omgevingspsychologie, een extra hart aan toedraag; psychische toegankelijkheid. Deze ‘vergeten’ vorm van toegankelijkheid is minstens even belangrijk als zijn fysieke variant.

Bij psychische toegankelijkheid stellen we niet de vragen “Geraken mensen gemakkelijk in en uit de ruimte? Kunnen ze zich gemakkelijk bewegen door deze ruimte? Is de ruimte functioneel?”, nee, we stellen vragen zoals “Voelen mensen zich ook écht welkom en veilig in de ruimte? Nodigt het ontwerp uit om de tijd door te brengen in de omgeving? Inspireert het de cliënt om zichzelf open te stellen voor de helende voordelen van de omgeving?”

Psychische toegankelijkheid houdt in dat een omgeving begrijpelijk, beheersbaar en betekenisvol aanvoelt. Iets wat bijdraagt aan gevoelens van veiligheid, verbondenheid en participatie. Zaken die een grote rol spelen bij het feit of een omgeving al dan niet een therapeutisch effect kan uitoefenen op zijn gebruikers.

Benieuwd naar meer info over wat psychische toegankelijkheid juist is, wat de voordelen ervan zijn, enkele tips voor het ontwerpen van een therapeutische tuin en een checklist om te zien of jouw tuin al dan niet psychisch toegankelijk is en dus bijdraagt aan een helende omgeving? Lees dan verder via deze link.

nieuws

Natuur als pleister voor de ziel. Les drie: ritme, routines en structuur

De vier seizoenen” van Alfons Mucha, circa 1896

Mensen, en zeker studenten die het eerste jaar op kot zitten, denken vaak dat als ze zich niet aan routines en structuur moeten houden, ze pas echt vrij zijn.

Gaan slapen en opstaan wanneer je goesting hebt – de ene keer om drie uur ’s nachts je bed induiken, de andere keer om vier uur in de namiddag een dutje doen – eten waar je zin in hebt en op momenten dat het jou het best uitkomt – de ene dag om vijf uur ’s nachts frieten, de andere dag om 12u ’s middags wraps als ontbijt – studeren en huishoudelijke taken doen wanneer er echt niets anders meer te beleven valt… Welke student (en ook volwassene) geniet nu niet van dit contrast met de vaak saaie, strakke routines van de vroegere middelbare school en het ouderlijke nest?

Maar levert dit afzweren van saaie routines werkelijk de ultieme vrijheid op? Heeft het feit dat de gemiddelde student niet alleen vaak lak heeft aan saaie routines, ritme en regelmaat, te maken met hun niet zelden voorkomende (om het in studentenslang te zeggen) “mental breakdowns”? En wat is de link met natuur? Kan natuur via het aanbieden van ritme, routine en structuur een pleister betekenen ter verlichting van deze “mental breakdowns”? Benieuwd naar mijn antwoord? Lees dan hier verder.

nieuws

Geen vogels in de tuin toegelaten! Hoever staan wij als mens tegenwoordig van de natuur?

Turdus merula (not allowed); uit onze vogels in huis en tuin, 1869 John Gerrard Keulemans

Vroeger leefden wij als jager-verzamelaars samen met de natuur en dus met dieren. Hoever staan wij als mens tegenwoordig van de natuur, van onze natuur? Een voorbeeldje dat aanzet tot denken; iemand die ik ken, kan het niet verdragen dat er vogels in de tuin landen. Wanneer er vanuit het huis enkele van deze gevleugelde vrienden in een boom gespot worden, dan worden zij steevast weggejaagd door middel van luid handgeklap en geroep. Te weinig contact met natuur, een geval van Nature Contact Disorder?

nieuws

De natuur als ‘kabinet’ om aan therapie te doen; enkele voor-, nadelen en bedenkingen

We zien hoe langer hoe meer interesse in de gezondheidszorg om natuur in te zetten bij of als therapie. Dit door mensen meer naar de natuur te brengen in de zin van het implementeren van natuurtherapie, ecotherapie, tuintherapie, “groene” beweging… of omgekeerd door meer natuur naar de mensen te brengen in de zin van het creëren van een helende omgeving, een therapeutische tuin… Natuur kan hierbij als groene achtergrond functioneren of kan de focus vormen van de interventie an sich.

Kinesisten, ergotherapeuten, sociaal werkers… maar ook psychologen en psychiaters tonen hoe langer hoe meer belangstelling voor de helende kracht van natuur. Zo publiceerde de ‘British Psychological Society’ in 2020 bijvoorbeeld een interessant artikel over ‘The use of talking therapy outdoors’. Zij zien dus, net als vele van hun collega’s uit de (geestelijke) gezondheidszorg, een grote meerwaarde van natuur als aanvullend middel op (gespreks)therapie. Maar wat zijn nu de voordelen van een outdoor therapieruimte tegenover een indoor therapieruimte? Met welke ‘issues’ krijgen we te maken als we (gespreks)therapie buiten in de natuur doen? Wat zijn bedenkingen van een “buitenkabinet” voor de therapeut en de cliënt? Lees het hier verder, en wie weet geraak jij als (psycho)therapeut overtuigd van de enorme meerwaarde van natuur als aanvulling op of als context voor je bestaande gamma aan behandelingen.

nieuws

Contact met natuur = vermenselijking van de psychiatrie en de (geestelijke) gezondheidszorg

Uit: Mental diseases. A text-book of psychiatry for medical students and practioners, 1913. Cole, Robert Henry, 1866-1926, New York, Wood. Columbia University Libraries. Bron origineel Flickr

Tranen rollen van mijn wangen; ik schrei. Ik schrei voor het overlijden van mijn zus, voor het overlijden afgelopen herfst van een van de boegbeelden in de strijd voor meer menselijkheid in de psychiatrie en voor zovelen anderen die er niet meer zijn en die zoveel onrecht is aangedaan. Ik schrei niet alleen voor de patiënten of cliënten die onmenselijk zijn behandeld, maar evengoed voor hun achtergebleven families en de vele personeelsleden die menselijkheid wel hoog in het vaandel dragen (en dat zijn er gelukkig veel, waarvoor mijn oprechte bewondering en dank).

Toen ik dit schreef, was het Allerzielen, het heeft me dus een hele tijd gekost voor ik mezelf kon overhalen dit te publiceren. Een dag om voor gans de bevolking de overledenen te herdenken. Maar voor zij die een dierbare verloren zijn, lijkt het soms misschien wel alle dagen Allerzielen. Iemand is weg en tegelijkertijd nooit zo aanwezig, dichtbij en constant in je gedachten, misschien wel veel meer dan toen die persoon levend naast jou stond.

Dit gezegd zijnde stel ik mij de vraag: zou er naast Allerzielen, Allerheiligen, secretaressedag, dag van de leerkracht… ook zoiets moeten bestaan als dag van de onmenselijk behandelde (psychiatrische) patiënten of cliënten? Soms denk ik van wel? Hoe hadden we kunnen vermijden dat zulke gedachten in mij zouden opdoemen? Misschien door in de psychiatrie – en bij uitbreiding in de ganse zorg – nog meer menselijkheid aan de dag te leggen? Akkoord, maar hoe zouden we dit kunnen bewerkstelligen? Mogelijk door meer natuur en meer contact met natuur in de zorg te integreren. Contact met natuur? Wel ja, contact met jezelf, met de ander en met de groene omgeving, oftewel met dieren, planten, bomen, bloemen, water, micro-organismen…

Willen we iets zoals de psychiatrie of de (geestelijke) gezondheidszorg nog meer vermenselijken in plaats van te ontmenselijken, dan is er een ommekeer nodig in onze aanpak en onze mindset. Een belangrijke rol hierin is volgens mij dus weggelegd voor het toelaten en integreren van meer natuur en meer contact met natuur.

Meer natuur in de zin van meer natuur in en rondom gebouwen en meer natuur in architectuur.

Meer contact met natuur in de vorm van tuintherapie, natuurcontacttraining, animal assisted therapy of therapie met dieren, zwemmen in open water, contact met je medemens, lichaamsgerichte therapie… Benieuwd naar mijn pleidooi? Lees dan hier verder.

nieuws

Natuur als pleister voor de ziel. Les 2; van binnen naar buiten

Fountain geyser, 1964, Yellowstone National Park, R.G. Johnsson, U.S. National Park Service, bron Wikimedia

Wanneer we ons mentaal wat “ziekjes” voelen hebben we niet alleen soms last van spreekwoordelijke duiveltjes in ons hoofd die ons constant negatieve, kwellende of zichzelf verwijtende gedachten influisteren (zie les één), we sluiten ons ook vaak af voor de buitenwereld en samen hiermee voor haar schoonheid.

In plaats van onze aandacht te richten op de mooie dingen rondom ons, zoals een adembenemende zonsopkomst of -ondergang, heerlijk geurende bloemen in de tuin, het zachte ruisen van de wind door de bomen, het gekwetter van vogels of het spel van licht en schaduw in de boomkruinen, zijn we te veel gefocust op onszelf.

Op een moment dat we ons mentaal wat ‘down’ voelen focussen we ons dus heel dikwijls op wat er zich in ons hoofd afspeelt en niet op de mooie dingen die er gaande zijn in de wereld buiten ons eigen ik. Nochtans waren de meesten onder ons ooit meesters in het observeren van de buitenwereld en dat ‘ooit’ speelde zich naar alle waarschijnlijkheid af gedurende jouw kindertijd. Als kleine ukkepuk waren wij net als Alice in Wonderland steeds opnieuw met verstomming geslagen door de dingen die zich afspeelden in onze eigen kleine buitenwereld. Ik zag het niet zo verschrikkelijk lang geleden nog bij mijn eigen dochters; een rups die de baan oversteekt, een vogelnestje, een kikker… alle deze kleine wondertjes werden door hen onthaalt met een Wow, Ooh… Ze werden met de grootste aandacht en precisie tot in detail bestudeerd, uitgetekend… Het contrast met de meeste volwassenen kan niet groot genoeg zijn, ze lopen aan dergelijke dingen meestal gewoon voorbij. Ze letten er niet meer op, ze zijn te druk bezig in hun hoofd. Ze zien zonder te zien.

Benieuwd naar wat ik hierover nog te vertellen heb, naar de link met gesprekstherapie in een kabinet, met piekeren over gisteren en morgen, met stress en eenzaamheid en met de oude monniken? Lees dan hier verder.

nieuws

Een warme oproep om het koraalrif in onze darmen te redden

Coral gardens underwater landscape scenic. Jim E. Maragos, U.S. Fish and Wildlife Service, 2013 Wikimedia

Er is een boom in de bovenleiding gevallen, mijn trein moet een omweg maken. Vanuit het raam zie ik allemaal volkstuintjes. Ze liggen op een klein driehoekje grond, geklemd tussen een drukke ringweg en het spoor. Ik ontwaar ergens een oud toestel om onkruid te sproeien, een kapotte grasmaaier. Verder veel plastiek, scheef hangende koterij en andere bouwsels uit beton- en (asbest) golfplaten. De aanblik van deze ‘westerse sloppenwijk’ stemt me droevig. Een volkstuin kan zoiets moois zijn met zulke positieve effecten op ons welzijn. Maar dit!? Het doet me meteen denken aan een boek dat ik enkele weken daarvoor heb gelezen. Een boek over…? Jawel – weeral zal je zeggen, maar het onderwerp boeit me uitermate – het microbioom. Opnieuw ben ik omvergeblazen door de impact die de wonderlijke wereld van micro-organismen op ons uitoefent. Ons microbioom bepaalt naar alle waarschijnlijkheid een groot stuk van onze mentaal, fysiek en sociaal functioneren. Onze micro-organismen zijn daarom zo verschrikkelijk kostbaar!

En wat heeft dit te maken met die volkstuinen van daarnet hoor ik je denken? Wel, externe invloeden zoals vervuiling in de vorm fijnstof, pesticiden, herbiciden, microplastics… kan de wonderlijke maar o zo fragiele wereld van micro-organismen in en buiten onszelf aantasten. Of anders gezegd; het exposoom bepaalt mee het microbioom en de gezondheid ervan.

Als we spreken over een verlies aan biodiversiteit denken we meestal aan een verlies van planten en dierensoorten, maar evengoed micro-organismen lijden onder de milieuverontreiniging en klimaatverandering en ook hun biodiversiteit gaat achteruit met alle gevolgen voor onze gezondheid.

We moeten minder vervuilen en de opwarming tegengaan, niet alleen voor het milieu rondom ons, maar evengoed voor het milieu in onszelf. Neem nu micro-plastics; die gaan niet alleen de oceanen en de levende wezens in de oceanen aantasten, als wij ze binnenkrijgen via ons drinkwater en onze voeding gaan ze evengoed ons aantasten in de zin dat ze onze hormonen verstoren en ons microbioom beïnvloeden. Hetzelfde geldt voor luchtvervuiling, pesticiden en herbiciden.

Als je het boek ‘Het microbioom als medicijn‘ van Kinross leest, begrijp je dit alles nog beter en besef je ook de impact van zijn uitspraak dat als wij de koraalriffen in de zee vernietigen door vervuiling en opwarming, wij ook de koraalriffen in onze darmen, zijnde ons microbioom, vernietigen.

Het is verschrikkelijk om te denken dat onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen misschien nooit meer naar de pracht en praal van de onderwaterwereld van de koraalriffen zouden kunnen kijken, maar nog verschrikkelijker is misschien het idee dat de koraalriffen in hun darmen stilaan verdwijnen en alsmaar minder ‘kleurrijk’ en dus schraler worden aan soorten. Hierdoor lopen ze waarschijnlijk meer risico op fysieke aandoeningen zoals obesitas en misschien zelfs op psychische aandoeningen zoals autisme (al blijft het daar de vraag wat er eerst was de spreekwoordelijke kip of het ei).

Benieuwd naar meer? Lees dan hier verder.