Auteur: Sara Adriaensen

nieuws

De kracht van tuintherapie: wat we kunnen leren van Pia Pera

Adolphe Millot, fleurs, 1857-1921, Nouveau Larousse illustré, via Wikimedia commons (Publiek domein)

Binnen de groene zorg hoor je de term ‘tuintherapie’ steeds vaker vallen. Is dit de zoveelste hippe marketingterm, of zit er een echte therapeutische waarde achter?

Om tuintherapie te begrijpen, helpt het om niet alleen naar de theorie te kijken, maar vooral naar de praktijk. En zo komen we bij het prachtige, aangrijpende boek van Pia Pera. Een boek dat ik met veel liefde doorgaf aan mijn moeder in de hoop dat zij net als Pia troost en kracht zou vinden in haar tuin. Want ook het lichaam van mijn mama takelt beetje bij beetje af, niet zoals bij Pia door ALS, maar door ouderdom en reuma. En ook voor haar betekent de tuin tegelijkertijd een plek voor contemplatie, ontmoeting, het koesteren van mooie herinneringen en het zo lang mogelijk behouden van haar kracht, en een plek om los te laten wat niet meer noodzakelijk is. Net zoals bij Pia is de tuin voor haar een vorm van tuintherapie. Benieuwd naar meer? Lees dan hier verder.

nieuws

De Cyclische tuin: Hoe Oosterse Filosofie de Tuintherapie Verrijkt

Tensho Shubun (1414-1463), Landschap van de vier seizoenen, collectie National Museum Tokyo, via Wikimedia Commons (Publiek domein)

Samen met mijn studenten tuintherapie ontdekte ik dat meer westers gerichte oefeningen niet altijd even heilzaam zijn. Een voorbeeld hiervan is wieden met de metafoor in gedachten: “trek negatieve gedachten of personen die energie vreten (spreekwoordelijk) uit je leven”. In tegendeel: deze aanpak zorgde ervoor dat sommigen van ons juist nóg meer aan die negatieve gedachten of personen gingen denken. Logisch ook, want probeer maar eens niet aan een roze olifant te denken als je dat gevraagd wordt. Bovendien voelde het als een mislukking als we niet in onze opdracht slaagden, wat juist voor meer stress zorgde.

Mindful wieden daarentegen, zoals ze dat in het oosten zouden doen met de nadruk op Wu Wei (waarover later meer), bleek voor de meesten van ons een verademing. Het gaf de beoogde rust en verstilling die de westerse oefening wel beloofde, maar niet bracht. Dat is de essentie van ervaringsgericht leren in en met de natuur: we hadden samen ondervonden wat wel en niet werkte. Mijn interesse voor de implementatie van oosterse wijsheden in de tuintherapie was hiermee gewekt.

In de hulpverlening zijn we vaak erg gefocust op doelen: we willen vooruit, herstellen van klachten en resultaat zien. Cliënten met een burn-out of trauma nemen diezelfde prestatiedrang soms onbewust mee naar de tuin. Ze gaan dan net zo perfectionistisch harken of zaaien als ze op hun werk deden, waardoor de stress juist toeneemt. De natuur werkt echter niet met deadlines, maar met seizoenen.

Om de werkelijke therapeutische kracht van groen te ontsluiten, biedt de oosterse filosofie een essentieel tegenwicht. In dit artikel leg ik uit hoe eeuwenoude oosterse concepten zoals Wu Wei (moeiteloze actie), Wabi Sabi en Interzijn het fundament vormen voor de vijf elementen van tuintherapie (Being, Doing, Belonging, Be able to, Becoming).

Ontdek hoe we de tuin transformeren naar een veilige plek zonder oordeel, waar de grootste voldoening misschien niet ligt in een perfecte oogst, maar in de onvoorwaardelijke acceptatie door de natuur en het diepe gevoel weer ergens bij te horen. Lees hier het volledige artikel.

nieuws

De moestuin als plek waar gezondheid groeit; Over One Health, levend erfgoed en de kracht van het alledaagse

Mijn man is vanuit zijn opleiding en werk veel bezig met thema’s zoals one-health en de (moes)tuin, mijn dochter vanuit haar achtergrond met erfgoed en gezondheid. Hoe passen deze thema’s in elkaar? Wat verbindt deze thema’s – die allemaal gelinkt kunnen worden aan welzijn- met elkaar? Ik zocht, vond en las een studie van Haenssgen et al. uit 2025 en kreeg daardoor inspiratie. Hieruit werd dit artikel geboren.

Moestuinieren biedt een concrete en tastbare manier om het One Health-principe te ervaren en te begrijpen. In een moestuin komen mens, dier en natuur heel dicht bij elkaar. De dagelijkse zorg voor planten, bodemleven, insecten en de eigen gezondheid maakt zichtbaar hoe nauw onze gezondheid verbonden is met die van onze leefomgeving. Toch krijgen (moes)tuinen vaak weinig aandacht binnen natuurorganisaties. Die richten zich vooral op (grootschalige) natuurgebieden met zo min mogelijk menselijke ingreep. Daarmee miskennen ze de waarde van gecultiveerde ruimtes.

Juist in de moestuin wordt de wisselwerking tussen mens en natuur elke dag beleefd en onderhouden. Ze fungeert daardoor als een laagdrempelige toegangspoort tot One Health-denken. Door te zaaien, te verzorgen en te oogsten ervaren mensen hoe ecosystemen werken en hoe kwetsbaar ze zijn. Die directe betrokkenheid leidt vaak tot groter bewustzijn en zorg voor de natuur in het algemeen.

Hiernaast is moestuinieren een vorm van levend, immaterieel alledaags erfgoed. Kennis, tradities en gewoontes — zoals teelttechnieken, seizoensritmes en lokale variëteiten — worden doorgegeven en voortdurend aangepast. Zo verbindt de moestuin generaties met elkaar en draagt ze bij aan culturele identiteit, gezondheid en welzijn.

Benieuwd naar hoe de moestuin tegelijkertijd een erfgoedpraktijk, een klein ecosysteem en een therapeutische ruimte is? Benieuwd naar hoe de zorg voor de tuin tegelijkertijd zorg betekent voor onszelf, voor anderen en voor de leefomgeving? Lees dan hier verder.

nieuws

Tuinieren en eetstoornissen; kan tuintherapie psychologische en fysiologische stress verminderen bij patiënten met anorexia nervosa?

Vorige week was het 28 maart, de sterfdag van mijn zusje. Dit is altijd een emotioneel gebeuren, een moment van pijn, verdriet en trauma’s die getriggerd worden. Op die dag denk ik nog meer dan anders: “Wat had ik kunnen doen om dit te voorkomen? Wat kunnen we in het algemeen doen om mensen met een eetstoornis te helpen?” Vandaar dat ik afgelopen zaterdag weer eens ging grasduinen in artikels over eetstoornissen en natuur, en zo vond ik een heel interessante studie over tuintherapie en anorexia nervosa die ik graag met jullie wil delen. Het gaat om een onderzoek van Curzio et al. uit 2022.

Dit artikel is voor Liesbet en voor alle andere mensen die worstelen met een eetstoornis, voor hun familie, vrienden en verzorgers, opdat hen de pijn bespaard blijft die Liesbet en mijn familie moesten meemaken. Anorexia blijft immers de psychiatrische aandoening met het hoogste sterftecijfer. Alles wat deze mensen kan helpen, is dus goud waard!

Tuintherapie en, meer algemeen, natuurtherapie worden hoe langer hoe meer gezien als complementaire behandelingen die steeds vaker worden toegepast bij psychiatrische aandoeningen. Studies bij psychiatrische populaties hebben namelijk een positief effect gevonden van tuin- en natuurtherapie op bijvoorbeeld de vermindering van stress (een positief effect op biologische parameters die samenhangen met stress, zoals cortisol en hartslagvariabiliteit) en het verbeteren van het welbevinden (een positief effect op de subjectieve beleving). Volgens de onderzoekers uit het artikel waarover ik zal vertellen, bestonden er echter nog amper studies bij patiënten met anorexia nervosa (restrictieve type).

Natuur- of tuintherapie zou voordelen kunnen bieden voor cliënten of patiënten met anorexia nervosa, omdat cliënten of patiënten door het kweken van planten bijvoorbeeld leren om zorg te dragen voor andere vormen van leven, ze leren wachttijden te verdragen die niet altijd voorspelbaar zijn, ze leren om te gaan met de imperfectie van de spontane groei in de natuur, ze leren om controle los te laten en ze worden blootgesteld aan plantengeuren die de selectie van voedsel zouden kunnen beïnvloeden. De groeiritmes van gewassen vereisen bijvoorbeeld geduld, wachten en tolerantie en liggen buiten de controle van de cliënt of patiënt. Daarom kan de tuinsetting een goede context zijn voor de ontwikkeling en het herstel van emotionele attitudes die problematisch zijn door de ziekte.

Het hoofddoel van de pilootstudie van Curzio et al. was om de impact te evalueren van de toevoeging van tuintherapie aan de conventionele klinische behandeling van anorexia nervosa. Kon tuintherapie bij deze doelgroep zorgen voor minder psychologische en fysiologische stress? Waren er nog andere effecten en waarom werd er zoveel aandacht besteed aan het olfactorisch systeem in deze studie? Aansluitend hierop: welke tuintherapeutische activiteiten zou je – vertrekkende van deze studie – zoal kunnen doen bij patiënten of cliënten met anorexia nervosa? Kom het te weten via deze link

nieuws

Rouw en natuur: hoe tuinieren steun kan bieden bij verlieservaringen

Het serretje (getekend door mijn papa) waar mijn papa dagelijks het gedenkplekje van mijn zus ging bezoeken.

Mijn allerliefste papa is enkele weken geleden totaal onverwacht overleden. De ene dag zwaait hij mij nog goedgezind gedag als ik op mijn fiets stap, de volgende dag ligt hij in coma om nooit meer wakker te worden. “Hij is aan zijn eeuwigdurende winterslaap begonnen”, zei mijn mama.

Mijn wereld staat op zijn kop en ongetwijfeld ook die van mijn mama. Zij en ik werken nu soms zij aan zij in de tuin. Omdat het moet – met de intocht van de lente begint nu eenmaal alles te groeien en bloeien – maar ook omdat het kan en mag en omdat het ons beiden goed doet. Tuinieren brengt ons dichter bij papa, die net als wij dagelijks in de tuin bezig was. Het biedt troost en hoop, het geeft onze vermoeide geesten wat energie en tegelijkertijd rust. Want iemand verliezen die zo dicht bij je staat, die je veiligheid en geborgenheid bood, brengt de nodige stress met zich mee. Kortom, mama en ik ervaren hoe het vertoeven in de natuur, en zeker ook het werken in de tuin, kan helpen bij rouw.

Dat ondervind ik trouwens niet alleen nu; dat ondervond ik net zo goed enkele jaren geleden, toen mijn zus overleed. Voor mij, mama en papa was de natuur, en de tuin in het bijzonder, toen al een troostplek bij uitstek.

Mama herinnert zich bijvoorbeeld nog goed hoe papa elke dag naar het serretje achteraan in de tuin liep, naar het gedenkplekje van mijn zus. En hoe zij en hij nog meer dan ooit tevoren in hun tuin te vinden waren. Het hielp hen om de dagen door te komen, om hun lichaam op te laden en te laten ontspannen, en om dichter bij elkaar en bij mijn zus te zijn.

Maar wat is rouw precies, en wat kan tuinieren of de natuur concreet betekenen voor iemand die rouwt? Rouwt om het verlies van een partner, een kind, een vriend of vriendin, een familielid, een huisdier, een job, een relatie, kinderen die het huis verlaten, of een stukje van jezelf waarvan je afscheid moet nemen omwille van ziekte… Want je ziet het: op een gegeven moment in ons leven krijgt bijna ieder van ons te maken met een of andere vorm van rouw. Het is een universeel en onvermijdelijk onderdeel van het leven. Dat wil zeggen dat, op een bepaald moment in ons bestaan, voor bijna ieder van ons een tuin of stuk natuur extra betekenis kan krijgen.

Waarom? Benieuwd naar het antwoord? Lees dan hier verder. 

nieuws

Natuur als pleister voor de ziel. Les vier: tuinieren als tegenwicht voor sociale druk en de blik van de Ander

Claude Monet “Woman in the Garden” (1867), bron Wikimedia Commons

In onze samenleving raken steeds meer mensen psychisch overbelast. Jong en oud, in alle lagen van de bevolking. De klachten zijn herkenbaar: stress, angst, burn-out, depressie, piekergedachten, gevoel van leegte, vervreemding…

Steeds meer mensen ervaren dus druk. Soms komt die druk van binnenuit: eindeloze gedachten, zelfkritiek, angst, verdriet. Maar vaak komt hij ook van buitenaf – of beter gezegd: van hoe we denken dat anderen naar ons kijken. We zijn voortdurend bezig met hoe we overkomen, wat er van ons verwacht wordt, of we wel voldoen. We zijn als mens van nature een sociaal wezen dat zich altijd al vergelijkt met anderen en voor een groot stuk leeft in en door het oog van de ander, maar social media hebben dit nog versterkt, wat absoluut geen goede zaak is.

We proberen alsmaar beter, sterker, slimmer, aantrekkelijker, succesvoller of nuttiger te zijn – niet per se omdat we dat zelf zo belangrijk vinden, maar omdat we denken dat het móet.

Vaak denken we dus dat psychische klachten vooral “van binnenuit” komen, vanuit de persoon zelf. Maar wie wat dieper kijkt, ziet dat ze ook veelal voortkomen uit een bredere context: sociale druk, prestatiedwang, en een voortdurende gerichtheid op hoe we overkomen op anderen.

Veel mensen leven niet alleen meer met zichzelf, maar met een voortdurend bewustzijn van de (kritische) blik van de Ander. Er is een subtiele maar constante spanning: doe ik het wel goed? Vinden ze me slim, sterk, sociaal, succesvol genoeg? Wat als ik tekortschiet? Wat als ik faal?

Die druk van de sociale blik is vaak onzichtbaar, maar o zo krachtig. Deze mentale druk nestelt zich langzaam in je dagelijks leven. Het beïnvloedt hoe je werkt, leert, spreekt, beweegt – zelfs hoe je je voelt. Wie langdurig leeft met die spanning van die onzichtbare constante blik van die Ander, kan het contact met zichzelf kwijtraken. Je leeft steeds meer in je hoofd, in het denken over jezelf, in het piekeren over hoe je overkomt. Je raakt verwijderd van het directe, eenvoudige bestaan. Dingen voelen zwaar, ongrijpbaar, en vaak ook uitzichtloos. Je gaat jezelf hoe langer hoe meer bekijken alsof je een buitenstaander bent. Je geraakt verwijderd van je eigen ervaring.

In psychische zin is dat een vorm van vervreemding. Niet alleen van anderen, maar ook van jezelf. Het leven speelt zich dan vooral af in je hoofd – tussen gedachten, zorgen, zelfbeoordelingen – en voelt vaak als ‘vastzitten’. Vast in overtuigingen, emoties, verwachtingen.

Tuinieren kan je helpen om te leren: het is genoeg om gewoon te zijn. De natuur herinnert ons er namelijk aan dat we niet hoeven te bloeien voor een ander. We bloeien omdat het in ons zit.

Benieuwd naar waarom en hoe tuinieren een antidoot kan zijn tegen sociale druk en de oordelende blik van de Ander? Benieuwd naar een verhaal van Voltaire dat dit mooi illustreert? Benieuwd naar een oefening en reflectievragen om “vrij te zijn zonder publiek”? Lees dan hier verder.

nieuws

Het belang van psychische toegankelijkheid voor een helende of therapeutische omgeving

Wat is psychische toegankelijkheid, wat zijn de voordelen, hoe kan je het toepassen en hoe kan je zien of jouw tuin al dan niet psychisch toegankelijk is en dus bijdraagt aan een therapeutisch of helende omgeving?

John William Waterhouse “Psyche Opening the Golden Box”, 1904, bron Wikimedia

Een goed ontworpen en ingerichte ruimte is cruciaal om van de gezondheidseffecten van een omgeving te kunnen genieten. Slecht design wordt bijvoorbeeld gelinkt aan angst, delirium, verhoogde bloeddruk, meer nood aan pijnstillers en een langer verblijf in een ziekenhuis na een operatie.

Bij het ontwerpen en inrichten van ruimtes met het oog op ons welzijn gaat veel aandacht terecht naar fysieke toegankelijkheid. Denk hierbij aan aangepaste ingangen, verharde paden en toegankelijke voorzieningen.

Terecht, want fysieke toegankelijkheid is enorm belangrijk. Neem nu tuintherapie; als de cliënt niet in de tuin geraakt of deel kan nemen aan de details van het tuintherapeutisch gebeuren, omdat hij er letterlijk geen toegang toe heeft, dan verminderen de voordelen van de tuintherapie aanzienlijk.

Je ziet het, fysieke toegankelijkheid is cruciaal bij het inrichten van een helende of therapeutische omgeving.

Echter, naast fysieke toegankelijkheid, bestaat er nog een andere vorm van toegankelijkheid die vaak over het hoofd wordt gezien en waar ik, vanuit de omgevingspsychologie, een extra hart aan toedraag; psychische toegankelijkheid. Deze ‘vergeten’ vorm van toegankelijkheid is minstens even belangrijk als zijn fysieke variant.

Bij psychische toegankelijkheid stellen we niet de vragen “Geraken mensen gemakkelijk in en uit de ruimte? Kunnen ze zich gemakkelijk bewegen door deze ruimte? Is de ruimte functioneel?”, nee, we stellen vragen zoals “Voelen mensen zich ook écht welkom en veilig in de ruimte? Nodigt het ontwerp uit om de tijd door te brengen in de omgeving? Inspireert het de cliënt om zichzelf open te stellen voor de helende voordelen van de omgeving?”

Psychische toegankelijkheid houdt in dat een omgeving begrijpelijk, beheersbaar en betekenisvol aanvoelt. Iets wat bijdraagt aan gevoelens van veiligheid, verbondenheid en participatie. Zaken die een grote rol spelen bij het feit of een omgeving al dan niet een therapeutisch effect kan uitoefenen op zijn gebruikers.

Benieuwd naar meer info over wat psychische toegankelijkheid juist is, wat de voordelen ervan zijn, enkele tips voor het ontwerpen van een therapeutische tuin en een checklist om te zien of jouw tuin al dan niet psychisch toegankelijk is en dus bijdraagt aan een helende omgeving? Lees dan verder via deze link.

nieuws

Natuur als pleister voor de ziel. Les drie: ritme, routines en structuur

De vier seizoenen” van Alfons Mucha, circa 1896

Mensen, en zeker studenten die het eerste jaar op kot zitten, denken vaak dat als ze zich niet aan routines en structuur moeten houden, ze pas echt vrij zijn.

Gaan slapen en opstaan wanneer je goesting hebt – de ene keer om drie uur ’s nachts je bed induiken, de andere keer om vier uur in de namiddag een dutje doen – eten waar je zin in hebt en op momenten dat het jou het best uitkomt – de ene dag om vijf uur ’s nachts frieten, de andere dag om 12u ’s middags wraps als ontbijt – studeren en huishoudelijke taken doen wanneer er echt niets anders meer te beleven valt… Welke student (en ook volwassene) geniet nu niet van dit contrast met de vaak saaie, strakke routines van de vroegere middelbare school en het ouderlijke nest?

Maar levert dit afzweren van saaie routines werkelijk de ultieme vrijheid op? Heeft het feit dat de gemiddelde student niet alleen vaak lak heeft aan saaie routines, ritme en regelmaat, te maken met hun niet zelden voorkomende (om het in studentenslang te zeggen) “mental breakdowns”? En wat is de link met natuur? Kan natuur via het aanbieden van ritme, routine en structuur een pleister betekenen ter verlichting van deze “mental breakdowns”? Benieuwd naar mijn antwoord? Lees dan hier verder.

nieuws

Geen vogels in de tuin toegelaten! Hoever staan wij als mens tegenwoordig van de natuur?

Turdus merula (not allowed); uit onze vogels in huis en tuin, 1869 John Gerrard Keulemans

Vroeger leefden wij als jager-verzamelaars samen met de natuur en dus met dieren. Hoever staan wij als mens tegenwoordig van de natuur, van onze natuur? Een voorbeeldje dat aanzet tot denken; iemand die ik ken, kan het niet verdragen dat er vogels in de tuin landen. Wanneer er vanuit het huis enkele van deze gevleugelde vrienden in een boom gespot worden, dan worden zij steevast weggejaagd door middel van luid handgeklap en geroep. Te weinig contact met natuur, een geval van Nature Contact Disorder?

nieuws

De natuur als ‘kabinet’ om aan therapie te doen; enkele voor-, nadelen en bedenkingen

We zien hoe langer hoe meer interesse in de gezondheidszorg om natuur in te zetten bij of als therapie. Dit door mensen meer naar de natuur te brengen in de zin van het implementeren van natuurtherapie, ecotherapie, tuintherapie, “groene” beweging… of omgekeerd door meer natuur naar de mensen te brengen in de zin van het creëren van een helende omgeving, een therapeutische tuin… Natuur kan hierbij als groene achtergrond functioneren of kan de focus vormen van de interventie an sich.

Kinesisten, ergotherapeuten, sociaal werkers… maar ook psychologen en psychiaters tonen hoe langer hoe meer belangstelling voor de helende kracht van natuur. Zo publiceerde de ‘British Psychological Society’ in 2020 bijvoorbeeld een interessant artikel over ‘The use of talking therapy outdoors’. Zij zien dus, net als vele van hun collega’s uit de (geestelijke) gezondheidszorg, een grote meerwaarde van natuur als aanvullend middel op (gespreks)therapie. Maar wat zijn nu de voordelen van een outdoor therapieruimte tegenover een indoor therapieruimte? Met welke ‘issues’ krijgen we te maken als we (gespreks)therapie buiten in de natuur doen? Wat zijn bedenkingen van een “buitenkabinet” voor de therapeut en de cliënt? Lees het hier verder, en wie weet geraak jij als (psycho)therapeut overtuigd van de enorme meerwaarde van natuur als aanvulling op of als context voor je bestaande gamma aan behandelingen.